Ander uitzicht

Inmiddels zijn wij verhuisd. Mijn lief en ik wonen nu aan de rand van Oud-Krispijn. We kijken uit op een plantsoen en op de tunnel onder het spoor door. De verbouwing is nog gaande. Er staan nog dozen genoeg die uitgepakt moeten worden en we hebben nog heel veel schilderwerk. De impact van zo’n verhuizing is enorm. Daar had ik meer last van dan ik aanvankelijk verwachtte.

Nu de draad maar weer oppakken. Simultaan als altijd. Schaken op meerdere borden. Ik ben betrokken bij ‘Water Natuurlijk’ dat zich warmloopt voor de waterschapsverkiezingen. De minst sexy verkiezingen die ons land kent en helaas is de poging tot vernieuwing van de lijst door de kandidatencommissie waar ik deel van uitmaakte, gestrand. Dat stemt mij niet vrolijk. Lokaal bevalt het politieke handwerk met de fractie van ‘Gewoon Dordt’ mij goed en ik verheug mij op de eerste gezamenlijke fractietraining die wij komende zaterdag in DOOR gaan meemaken. Mijn aandachtsgebied ligt primair bij ‘fysiek’. het nadenken en vormgeven aan de gebouwde omgeving. Er ligt een grote uitdaging; 10.000 woningen toevoegen aan de stad. De eerste 4000 daar an in deze periode (2018-2022). Dit college koerst met haar, in mijn ogen te eenzijdige insteek op het duurdere segment af op Dordrecht als een soort ‘Silver city’. Een stad voor gegoede senioren die in dure huizen wonen en ongetwijfeld een voorzieningenniveau wensen dat daarop is afgestemd. Zelf zie ik liever een goede mix van jong en oud, aandacht voor creativiteit en ondernemerschap in een dynamische binnenstad. Een stad waarin ook mensen met een smalle beurs in huizen met een betaalbare woonlast prettig kunnen wonen.

Naast Water Natuurlijk en Gewoon Dordt is er dan ook nog de Piratenpartij, waarvan ik interim voorzitter ben. In januari 2019 hoop ik het vertrouwen van de leden te krijgen en als voorzitter een volledige termijn te kunnen beginnen. Nu het kabinet deze week ook zelf met het schaamrood op de kaken moest kennen dat het met betrekking tot de ‘Sleepwet’ en de Veiligheidsdiensten een zooitje is, blijkt eens te meer hoe hard het nodig is dat er partij specifiek met vraagstukken op het terrein van privacy, informatiesamenleving en internet bezig is. Dat is nu precies waar de ‘piraten’ heel goed in zijn. Hoog tijd dus om intern die partij op orde te brengen zodat wij binnenkort echt klaar zijn om een factor van betekenis te worden in de politieke arena.

De afgelopen weken ging mijn aandacht uit naar de verbouwing en het zorgdragen voor een beetje leefbaarheid in onze eigen ‘gebouwde omgeving’. In termen van Maslow stonden we ineens behoorlijk aan de voet van de piramide. Tijd om weer eens naar het puntje ervan fte klauteren om van het uitzicht te genieten en de focus te leggen op zaken als: sociaal contact, waardering en zelfrealisatie. Daar wordt het leven betekenisvoller en leuker van.

Toekomstmuziek

Volgende week bespreekt de ‘Commissie Fysieke Leefomgeving’ – een mondvol voor een adviescommissie voor de gemeenteraad die over de Gebouwde omgeving gaat – de woonvisie. Hoe gaat dit College in deze raadsperiode 4000 huizen realiseren en hoe gaan we om met de 6000 woningen in de periode na 2022.
Het staat of valt met de visie die het stadsbestuur heeft over de toekomst van Dordrecht.

Zelf ben ik erg gecharmeerd van ontwikkelingen in bijvoorbeeld Maasstricht en Delft. Waar de infrastructuur voor mobiliteit (wegen, spoorrails) niet langer de stad splijten, maar slim onder de grond gebracht zijn. Als dat in Maastricht (123.000 inwoners) en Delft (101.000 inwoners) lukt, zou Dordrecht die ambitie ook kunnen koesteren. Wie géén ambitie uitspreekt, realiseert nu minder dan degene die zichzelf een stevig doel stelt.

Wat ongelooflijk belangrijk is, is dat we erin slagen jongeren aan de stad te binden. We zijn nu eenmaal geen studentenstad, maar ik zie dagelijks om mij heen dat ook jongeren die verknocht zijn aan Dordrecht en er graag willen wonen en werken nauwelijks kansen hebben op een betaalbare woning, Wat verder van belang is, is dat we woonmilieu’s creëren die uitdagen, die spannend zijn en van hoge architectonische kwaliteit. Op dat vlak werd ik dan ook blij van het deze week gepresenteerde ontwerp van de ‘Kunstkerk’. Voor de contouren van de Spuiboulevard en de ontwikkeling daar heb ik ook waardering. Met uitzondering dan van het massale, weinig aansprekende blok dat straks verrijst tegenover het complex waar de Mediamarkt is gevestigd.
Van mij mag Dordrecht op een aantal plekken speels echt de hoogte in. Zowel dicht in het centrum en de ‘Negentiende eeuwse schil’, als rondom het ziekenhuis en de ijsbaan. De enorme bouwopgave schreeuwt immers om verdichting. Zeker als je de polders zoveel mogelijk wilt sparen.

Extra aandacht verdient het om de groenstructuur zorgvuldig te beheren. De boomstructuur, heesters, perken, parken. Het is van vitaal belang voor de uitstraling van de stad. Het is geen geheim dat ik niet blij was met de bomenkap in de Museumstraat. Het stadsbestuur lijkt te vaak te denken dat de boom een wegwerpartikel is. Gemakkelijk vervangbaar. Maar de groenstructuur zorgt voor leefbaarheid, een goede afvoer van hemelwater en het maakt mensen doorgaans blij. (Met natuurlijk af en toe gemopper, omdat je auto onder een boom heel vies kan worden). Verticale tuinen, groene daken, fraaie parken – daarvan hebben we er gelukkig. nogal wat – en goede plekken voor mooie bomen dragen bij aan die hoge kwaliteit die Dordrecht kan realiseren. Al met al hoop ik dat iedereen er de schouders onderzet. Ambitie koppelt aan realiteitszin. Een beetje durft rte dromen. Zodat wij voor jong en oud, rijk en iets minder rijk, traditioneel ingesteld of juist op zoek naar experimentele woonvormen iets te bieden hebben straks en daarmee Dordrecht die heerlijke stad laten blijven om in te wonen, werken en te ontspannen.

Croissantje Deconfiture

Het was me het weekje wel. Dan heb ik het niet alleen over het onverkwikkelijke getouwtrek in de zaak van Lili en Howick. Of over de groeiende weerstand tegen de afschaffing van de dividendbelasting. Grote buitenlandse bedrijven zijn tegen. Hans Wiegel was er vernietigend over. Het maatschappelijke verzet is groot. Maar juist deze week werd bekend – via RTLZ – dat Mark Rutte als in zijn eerste kabinet de voorbereiding van deze heilloze maatregel begon. Zoals ook dit weekend helder werd dat het kabinet Rutte II informatie aan de Tweede Kamer onder de pet hield over de 2,1 miljard die er ineens naar de ouderenzorg moest.

Het was de week waarin we in onze lokale partij, Gewoon Dordt, de voorbereidingen troffen voor een themabijeenkomst over ‘Laaggeletterdheid’. De bijeenkomst die vandaag, 8 september 2018, plaatsvond.  De week waarin ik probeerde het oliemannetje te zijn in een slepende controverse tussen twee belangrijke ‘leadlinks’ binnen de Piratenpartij, waarvan ik alweer enige tijd de interim-voorzitter ben.

Gisteravond keek ik naar de Britse film ‘I Daniël Blake’, het schrijnende verhaal van een Britse timmerman aan wie na een hartaanval een ziektewet-uitkering wordt geweigerd en die vervolgens vermalen wordt in de bureaucratie. Die tegen muren aanloopt en te maken krijgt met ‘professionals’ die zich verschuilen achter regels en daarbij iedere vorm van compassie uit het oog verliezen.

Het was die film en het bizarre handlen van de Nederlandse overheid met betrekking tot Lili en Howick die mij uit mijn slaap hield. Dat wat Daniël Blake overkwam, overkomt ook mensen die in ons land zijn aangewezen op het UWV. Ook bij de onwrikbaar starre opstelling van de Nederlandse staat ten opzicht van twee pubers die bijna hun hele leven al in Nederland wonen, ontbreekt iedere vorm van compassie.

De kracht van een samenleving zit in oprecht contact en betrokkenheid tussen mensen. In de bereidheid een ander te helpen. In de menselijke maat en medemenselijkheid op momenten dat je voelt en ervaart dat de regels niet zo uitwerken als wenselijk is. Daar zit een deel van mijn worsteling. In de bijeenkomst over laaggeletterdheid bleek andermaal dat veel mensen afhaken als zij met de overheid (of instanties) moeten communiceren. De brieven zijn te moeilijk. Belangrijke informatie moet je maar zien te vinden in ‘uw berichtenbox’ die talrijke instellingen en instanties aanleggen voor informatie die vroeger op de deurmat viel. Wie digitaal achterblijft, raakt verstoken van informatie en van de kans om behoorlijk met het UWV of overheidsdiensten te communiceren. Wie de samenleving nauwelijks nog begrijpt, raakt in een isolement.

Dat afglijden is wat ik zag in de film met Daniël Blake gebeuren. Het is ook de dagelijkse realiteit voor veel mensen in ons land, die net iets teveel pech in hun leven ervaren. Volgende week bezoek ik de ‘Armoede Conferentie’ die in Dordrecht plaatsvindt. Daar zal dit ongetwijfeld ook aan bod komen.

Morgenochtend een eitje bij het ontbijt en een croissantje met confituur. Dan denk ik kauwend ongetwijfeld nog even na over de ‘deconfiture’ die Mark Rutte treft. Het morele failliet van de staat lijkt onafwendbaar. In een land waar oprecht contact tussen mensen ondergeschikt is geraakt aan talloze regels en wij niet meer in staat zijn om een uitzondering te maken wanneer we zien dat het effect van de regels niet deugt, is de compassie en medemenselijkheid volkomen zoek. In die samenleving maakt solidariteit plaats voor egoïsme en saamhorigheid voor ‘ieder voor zich’. Zo’n samenleving gaat uiteindelijk ten onder. Tenzij wij er alsnog in slagen het tij te keren.

Komkommertijd

Wat een heerlijke zomer is het. Weken achtereen volop zon maakt van iedere dag in Dordt een vakantiedag. De politiek lijkt ver weg door het zomerreces, maar is toch altijd opvallend dichtbij. De zomer maakt het gezellig in de stad. Volle terrassen, voldoende vrienden en bekenden om op straat een praatje mee te maken. op rustige momenten wat geouwehoer op Facebook, waar we met het plaatsen van kunstwerken met naakten de aandacht van Facebook probeerden te trekken. Een beschaafd en kleinschalig statement tegen de vertrutting en de benepen censuur van ‘s werelds grootste sociale netwerk.

Lokaal ontstond er wat ophef door de beslissing van de loco-burgemeester op ‘Arina’ op de Voorstraat twee weken te sluiten, omdat zich daar een geweldsincident voordeed. David Schalken liet door AD de Dordtenaar optekenen dat zijn partijgenoot Marco Stam met deze beslissing gewoon staand beleid uitvoerde. Dat is wellicht zo, maar voor Gewoon Dordt betekent dat, dat we over die beleidskaders met elkaar in gesprek moeten. Geweld is niet goed te keuren en verdient dat er streng tegen op getreden wordt. Maar kan een horeca-uitbater (of uitbaatster) er iets aan doen dan de situatie in een kroeg in een split second escaleert? Valt de horea-exploitant per definitie iets te verwijten of is het zaak altijd eerst de feiten en omstandigheden te onderzoeken en niet als automatisme een café twee weken dicht te gooien.

Gewoon Dordt wil dit beleid oder des loep nemen en gelukkig is er bijval van andere partijen om het te agenderen. Na het zomerreces kunnen we dit onderwerp in de politiek bespreken. Belangrijk, want de huidige regels hebben veel impact en ontnemen horeca-ondernemers minimaal twee weken de kans een eerlijke boterham te verdienen.

Voor het overige geniet ik de komende weken nog van dobberende bootjes voor mijn deur. Van wandelingetjes in de stad. Nog een maandje en dan begint het politieke seizoen weer en duik ik privé in een verbouwing van de woning waar mijn lief en ik vanaf 1 november 2018 gaan wonen. Daar heb ik veel zin in, al is het heerlijk de zomerweken in betrekkelijke rust door te brengen.

Het wordt tijd

Kort voor het zomerreces besprak de Commissie Fysiek de startnotitie voor de ‘Woonvisie’. Dit najaar is het ongetwijfeld één van de belangrijkste onderwerpen die wij in commissie en gemeenteraad op ons bordje krijgen.
Als het college serieus werk wil maken van een groei van onze stad naar 140.000 inwoners en 10.000 extra woningen wil realiseren (4000 in de periode 2018-2022) ligt er een gigantische uitdaging.

Afgelopen week was het VNG-congres in Maastricht. Hoewel het accent in de media lag bij een nogal harde grap van Tommy Wieringa over de gebeurtenis bij De Telegraaf (“Het werd tijd”) gebeurde er natuurlijk veel meer rondom dat congres waar 3000 lokale bestuurders samenkwamen.

Maastricht – in omvang nauwelijks groter dan Dordrecht – toont in mijn ogen visie, lef en ambitie. Daar kunnen wij van leren. Het onder de grond brengen van de doorgaande snelweg en de hoofdroutes tussen de verschillende wijken is een huzarenstukje. Als ons dat met het spoor lukt – zoals in Delft – biedt de Spoorzone ineens volop kansen. Het Maastrichtse project ‘Wonen boven winkels’ voorzag erin dat in het centrum veel woonruimte in de categorie ‘sociale huur’ werd gerealiseerd en het parkeerbeleid voor fietsen voorkomt verrommeling.

Deze week las ik dat Maastricht inwoners die tegels uit hun tuin halen en daar beplanting terugbrengen, worden beloond door de gemeente.

Ons huidige College, een voortzetting van wat we al vier jaar hadden, lijkt de creativiteit en visie te ontberen waarmee Maastricht zichzelf op de kaart zette.
De groeiambitie en de regiofunctie van onze stad vraagt om een lange termijnvisie van bestuurders die durven dromen en die erin slagen te bewijzen dat dromen geen bedrog zijn.

Gewoon Dordt kiest voor ambitie en bebouwing die echt iets toevoegt aan de stad. Zoals we ervoor kiezen projectontwikkelaars die willen bouwen in het hogere segment ook te verplichten een bijdrage te realiseren op het vlak van sociale huurwoningen. De Spoorzone leent zich ervoor na ‘dun en duur’ ook duur en compact te gaan bouwen. De discussie over hoogbouw tussen Spuiboulevard en Spoorzone moet gevoerd worden. De ambitie die Dordt koestert is prima. Nu de realisering daarvan. Het wordt tijd!

Dit blog is de volledige tekst van mijn stukje van 6 juli 2018 in Dordt Centraal

Duivels dilemma op duivelseiland

Op 22 mei jl. was in de Commissie Fysiek het ‘inspraakplein’ over het al dan niet plaatsen van één windmolen op Krabbegors. Het bedrijf HVC wil deze windmolen graag op haar eigen terrein, dat verder niet meer gebruikt wordt, plaatsen.

De energietransitie – daar geen misverstand over – is van groot belang. Het is evident dat we de komende decennia afscheid moeten nemen van fossiele energie. Het is echter zeer de vraag of de wijze waarop deze energietransitie wordt vormgegeven de juiste is. Zonnepanelen, windenergie, Tesla’s, elektrisch rijden; het lijkt erop dat het nu vooral speeltjes zijn van mensen in goede doen. Een bevoorrechte voorhoede die het milieu een warm hart toedraagt en die het goed regelt voor zichzelf. Een aantal van hen spreidt in het enthousiast preken voor de energietransitie een moralisme tentoon dat eerder afstoot dan uitnodigt aan te haken.

De overheid houdt zich afzijdig van de gehele transitie en door dat te doen zal er en situatie ontstaan waarbij de rekening van deze ingrijpende omwenteling straks op het bordje valt van de groeiende groep mensen met een smalle beurs. Natuurlijk kunnen we dapper stellen dat alle huizen ‘van het gas af moeten’. Dat er zonne- en windenergie nodig is, is helder. Maar past een solitaire windmolen op een verder nagenoeg onbruikbaar bedrijventerreintje van HVC in de veel bredere ambitie fossiele energiebronnen achter ons te laten?

De voor- en tegenstanders kwamen gisteren uitgebreid aan het woord in de commissie. Ze leken het zelfs over de feiten niet met elkaar eens te zijn. Verder verschilden zij van mening over de wenselijkheid van die ene windmolen en over de impact op de omgeving.

Het wordt in mijn ogen hoog tijd dat de landelijke overheid regie gaat voeren op de energietransitie. Zoals zij dat destijds deed toen aardgas haar intrede deed en zij actief beleid voerde de Nederlandse huishoudens op het gasnet aan te sluiten. Als de overheid haar rol pakt kunnen er rendabele grootschalige windmolen-parken in zee verrijzen, Kunnen we wellicht getijde-centrales bouwen en veel meer dan nu gebeurt, zonne-energie als collectieve voorziening mogelijk maken. Als de overheid haar rol neemt, kan zij serieus ‘meters maken’ met dit beleid. Dan is die solitaire HVC-windmolen in het ‘zeehavengebied van Dordt’ een overbodig symbool voor het nieuwe energietijdperk.

Wel 4 mei voor mij!

Ik hecht aan de traditie op 4 mei de doden te herdenken die vielen in de Tweede Wereldoorlog. Zoals ik ook op 5 mei graag vier dat wij in vrijheid leven in ons land. Ik ben nog nooit op de Waalsdorpervlakte geweest op 4 mei of op De Dam in Amsterdam. Ik bezoek de herdenking in mijn eigen woonplaats. De laatste jaren dus in Dordrecht op het Sumatraplein. Eigenlijk geen plein. Een weg, een kruispunt, maar nauwelijks een plein. Het ligt er bovendien, een paar dagen voor de Dodenherdenking nogal troosteloos bij. Op Social Media ontspint zich een, in mijn ogen smakeloze discussie over 4 mei. Mensen plaatsen foto’s van zichzelf met: “Geen 4 mei voor mij”. “Prima”, denk ik dan. Maar val anderen daar niet mee lastig. Of zoals iemand op Twitter zei: “Zij hebben 364 dagen, 23 uren en 58 minuten per jaar om zich uit te spreken”.

Dodenherdenking is in mijn ogen niet het podium voor welk protest dan ook. We herdenken de doden; mensen die gevallen zijn voor onze vrijheid. De herdenking is – voor iedereen die dat wenst – breder dan alleen die gevallenen. Gevallenen in iedere oorlog, in elk conflict. Mijn gedachten dwalen ook wel eens af naar de omgekomen Palestijnen in het conflict tussen de kindskinderen van de in de Tweede Wereldoorlog gruwelijk vervolgde Joden en de Arabische bevolking van Palestina. Maar ook gaan ze uit naar de onschuldige slachtoffers van terroristisch geweld in Israël of waar ook ter wereld. Mijn gedachten dwalen inderdaad ook wel eens af naar de door Nederlandse strijdkrachten vermoorde Indonesische vrijheidsstrijders in wat zo mild de “Politionele Acties” wordt genoemd.

Het meest denk ik echter toch aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en aan de vrijheid die Europa al decennia ervaart na de beëindiging daarvan. Het blijft jammer dat er talloze conflicthaarden in de wereld blijven bestaan. Ook jammer is het dat mensen elkaar steeds minder verstaan en dat iedere voorvechter van een deelbelang zoveel mogelijk aandacht zoekt door zijn of haar opvatting af te zetten tegen andere mensen met andere deelbelangen of onderwerpen. Er blijven bruggen nodig en geen muren.

Op 4 mei ben ik twee minuten stil.

 

Het decennium van de haat

Er is ophef ontstaan over een lijst van moskeeën die geld ontvangen of ontvingen van ‘onvrije Arabische oliestaten’, waaronder Saudi Arabië. U weet wel, het land waar onze koninklijke familie zich graag liet zien en waarmee we in economisch opzicht zulke dikke vriendjes zijn. Het ‘salafisme’ in ons land wordt op deze manier financieel ondersteund en kan zich steviger vestigen. Salafisten willen leven volgens de regels van de profeet, zoals die zo’n beetje vijftien eeuwen geleden waren. Het probleem daarbij is natuurlijk dat geen mens in de éénentwintigste eeuw die regels goed kan interpreteren of duiden. Laat staan dat iemand ze aan anderen kan opleggen. Lijfstraffen zijn – in welk heilige boek ze ook gepromoot worden – niet meer van deze tijd. Onverdraagzaamheid tegenover andersdenkenden moet altijd en overal worden bestreden.

Ik ben er ook nooit fan van geweest het Christendom te exporteren naar landen, waarin dat geloof niet ‘mainstream’ is. Net zomin als ik warm loop voor het exporteren van bijbels naar landen waar het Christendom in de verdrukking zit. Ook het verspreiden van Salafistisch gedachtegoed is mij een doorn in het oog.
In Dordrecht staat de Al Fath moskee, die dus ook geld ontving uit de Islamistische wereld. Dat gaat ongetwijfeld een schokgolfje veroorzaken, de nodige reuring en een sterk afkeurende reactie in de gemeenteraad. Terecht! Deze geldstroom is ongewenst.

De afschuw op social media is inmiddels al groot en blinkt niet uit in nuance. Het gaat over ‘haatpaleizen’ en ‘haatimams’. De angst voor een overheersing en een soort ‘heilige oorlog’ waarbij Europa wordt overspoeld door moslims is groot.
Europa, dat ooit haar welvaart opbouwde met kolonialisme en met het leegroven van overzeese gebiedsdelen, is nu bang zelf slachtoffer van een overheersing te worden. Met een overheerser met andere culturele waarden. Het overkwam Indonesië ooit. Onze cultuur was daar wezensvreemd. Inmiddels dreigt een actiegroep die aandacht vraagt voor de schaduwzijde van dit kolonialisme en van de ‘politionele acties’ de dodenherdenking op 4 mei te verstoren. Ook dat vind ik een verwerpelijk idee, maar meer Nederlandse zelfreflectie ten aanzien van deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis kan geen kwaad.

Het was Bas Heijne meen ik, die ooit zoiets zei als: “de waarheid dat is dat wat je graag wilt geloven”. De waarheid is een rekbaar begrip en wordt sterk beïnvloed door wat we wenselijk achten en graag voor waar houden. Het wordt bovendien sterk beïnvloed door de wijze waarop zaken in het nieuws komen. De journalistiek hier valt niet ten prooi aan censuur, maar is in haar berichtgeving toch minstens selectief.

Groepen mensen met elk hun eigen opvatting staan vaak lijnrecht tegenover elkaar en ze zijn niet of nauwelijks op zoek naar verbinding, Het lijkt erop dat wij in het ons afzetten tegen de andere opvatting de legitimering van ons eigen gelijk halen.
Er kan best zoiets als een ‘zuivere Goddelijke leer’ bestaan. Welke god dat ook is. Maar er bestaan zeker géén mensen of instituties die in staat zijn die leer uit te dragen of aan volgelingen op te leggen zonder haar uit eigen belang of lijfsbehoud ernstig te misvormen. Wat dan rest is dat ‘geloof’ zich achter de voordeur voltrekt en dat we ons in de publieke ruimte niet met geloofszaken bezig houden. Die publieke ruimte zullen we immers hoe dan ook met elkaar moeten delen en dat verdraagt zich niet met angst of met de uiterste consequentie daarvan: ‘haat’. Waar haat toe leidt, weten we inmiddels maar al te goed. Dat kunnen we leren uit het zich inmiddels zeventig jaar voortslepende Palestijns-Israëlische conflict. De slachtoffers van weleer, zijn inmiddels in menig opzicht dader.

Iedere vorm van extremisme en dogmatisme dient te worden veroordeeld en moet worden aangepakt. In iedere samenleving en in elk werelddeel. We staan wat dat betreft op een tweesprong. We glijden verder af in de verdere polarisatie en in de onderlinge haat en in het wantrouwen van elkaar totdat er echt een oorlog uitbreekt of we herpakken ons en weten een brug te slaan tussen de verschillende opvattingen en ideologieën, omdat we weten dat het leeuwendeel van de mensen gewoon in vrede (naast elkaar) wil leven en er gematigde opvattingen op na houdt.

“We gaan beginnen!”

“We gaan beginnen”. Jeroen Pauw schijnt het te roepen als hij zijn talkshow start. Wij kunnen het nu ook roepen. Onlangs twee dagen ‘op de hei’ geweest met alle Dordtse raads- en commissieleden en intern in Gewoon Dordt zijn de taken verdeeld. Gisteravond (16 april 2018) hadden we een ‘algemene leden vergadering’ en is iedereen bijgepraat over de periode tussen de verkiezingen en nu. Mijn persoonlijke blog-pagina zal van nu af aan iets meer over de lokale politiek gaan. Daarom heb ik ook de ‘header’ aangepast. Foto van mijzelf geplaatst, die gemaakt is door Wim van der Pol. Met de Damiatebrug op de achtergrond. Een stukje Dordt waar ik van houd.

Vandaag kwam de agenda binnen voor de eerste paar commissievergaderingen van de ‘Commissie Fysieke Leefomgeving’. Binnenkort komt de raadswerkgroep bijeen die zich met de ‘Omgevingswet’ gaat bezig houden. Mijn mailbox wordt steeds meer gevuld met emails vanuit de griffie. de gemeente of van organisaties die graag iets met raads- en commissieleden willen delen.

Voor mijn activiteiten voor Dordttalk betekent het dat ik nog wel bijeenkomsten met maatschappelijke thema’s blijf voorbereiden, maar dat ik geen al te zware politieke inhoud zal vormgeven. De diversiteit van het sprekers-aanbod en hun politieke kleur zal gevarieerd blijven. Daar lette ik sowieso al op. Mijn collega bestuursleden van Dordttalk, kees van Berchum en Marianne Gravendeel, zullen ook vaker de gastheer en gastvrouw zijn. Ik blijf wel graag programma’s over kunst en cultuur maken voor de lokale omroep. Op dit moment herhaalt RTV Dordrecht de twaalf afleveringen van ‘Art & Dordt’. De ambitie blijft om met Roland de Lange (Mootiv) en Marianne Gravendeel een mooi vervolg hierop te gaan maken.

Donderdagavond 19 april a.s. ben ik de gastpresentator van ‘Via Cultura’, live vanuit The Movies. Met een boeiende live-artiest, een aantal boeiende gasten en even zo boeiende onderwerpen. Het leuke is: u kunt daar gewoon live bij zijn! Kom naar The Movies. Koop een biertje of een glas wijn en beleef mee hoe live-radio vanuit The Movies wordt gemaakt.

Salonsocialisten

Het afgelopen (Paas)weekend stond er een lezenswaardig artikel van Femke Halsema in Dagblad Trouw. Halsema, ooit de reden dat ik mij aansloot bij GroenLinks. Eén van haar statements luidde dat rechts er met de linkse waarden vandoor is gegaan. Een stelling die in mijn ogen geen hout snijdt. Als er al iets gebeurde de afgelopen decennia is het dat links die waarden zelf losliet. Die tendens zette zich al in ten tijde van premier Kok. Het leidde ertoe dat Pim Fortuyn de aanval opende op de ‘puinhopen van Paars’. Zijn moordenaar bewees onze samenleving geen dienst. Het ware beter geweest als ‘Jan met de pet’ zelf had kunnen zien dat premier Fortuyn de waarheid niet in pacht had en evenmin de oplossingen voor de grote problemen kende. De moord op Fortuyn creëerde ruimte voor populisten van minder allooi, waaronder Wilders en Baudet.

In mijn woonplaats, waar de PvdA jarenlang de grootste partij was, heeft de sociaal democratie nog maar twee zetels. Het linkse smaldeel in de gemeenteraad (SP, GroenLinks, PvdA) heeft acht zetels. Evenveel als de grootste lokale partij. Die overigens bij de verkiezingen van 21 maart zes zetels inleverde. Het probleem is, dat ‘links’ elitair oogt. Salonsocialisten, wereldverbeteraars. Niet degenen die naast de boze arbeider op de barricaden staat. Al geldt voor SP-ers nog wel dat zij dat activistische in zich hebben.

‘Links’ is de aansluiting kwijtgeraakt met een groot deel van de bevolking. In een samenleving die gevormd is door mensen verliefd op macht en mensen verblind door hebzucht, zijn teveel mensen de aansluiting met de veeleisende samenleving vol vervreemdend werk volledig kwijtgeraakt. De politieke elite – links en rechts – is van die groeiende groep ontevredenen losgezongen geraakt.

Wat ‘links’ – ik heb een ongelooflijke hekel aan die kunstmatige tegenstelling tussen ‘links en ‘rechts’ die nog altijd het politieke speelveld domineert – al decennia heeft nagelaten, is een antwoord formuleren op het rapport “Grenzen aan de groei” dat door de Club van Rome in 1972 werd uitgebracht. Linkse partijen hadden de economie moeten herdefiniëren. Zij hadden ons allen voor moeten gaan in de omschakeling van een economie van kwantitatieve groei naar een economie, waarin de kwalitatieve groei leidend is. Zij hadden het accent weer moeten weten te verschuiven van ‘vermogen’ naar arbeid’; hadden inspiratie moeten putten uit de lessen van Thomas Piketty of Paul Verhaeghe. Klaver haalde Piketty als een popster naar Den Haag, schreef het boekje ‘Economisme’, maar echtte oplossingen ontstonden er (nog) niet. De vernietigende symbiose tussen ‘macht’ (politiek) en ‘hebzucht’ (grote bedrijven) is nog altijd leidend en via hen tiert het neo-liberalisme welig.

De grote verandering kwam er niet en een groot deel van onze samenleving, het arbeidspotentieel, de mensen die met ploeteren en sjacheren hun leven op orde proberen te houden, raakten meer en meer ontevreden. Zij verloren het vertrouwen in de politiek en werden ‘niet-stemmers’ of ‘proteststemmers’. Al die mensen hangt een nieuwe (economische) ramp boven het hoofd als de rekening van de energietransitie op hun bordje terecht komt. De milieubewuste elite heeft het voor zichzelf al goed geregeld. Wie voldoende bezit kan gemakkelijk investeren in wind- en/of zonne-energie. Dit kabinet kan, veel later dan wenselijk was, zeggen dat we geen gas meer zullen oppompen in Groningen; de ministers – de premier incluis – hebben geen notie van de consequentie daarvan en over de wijze waarop de rekening van dit besluit zal neerdwarrelen.

In mijn jeugd lachten we besmuikt om de voormannen van de sociaal-democratie, het waren ‘salonsocialisten’. Mensen die het zelf goed hadden en die hun sociale hart lieten spreken. Het is niet het soort zorgzaamheid waar deze tijd om vraagt. De verbinding tussen de losgezongen elite en de laag van de ontevredenen zal op een andere manier vorm moeten krijgen. Niet door populisten die in hun midden gaan staan ‘roeptoeteren’, maar evenmin een oplossing aandragen, maar door politici die niet via marketingbureaus de electorale leemtes opzoeken, maar die met lef en visie een koers durven uitzetten.