Het wordt tijd

Kort voor het zomerreces besprak de Commissie Fysiek de startnotitie voor de ‘Woonvisie’. Dit najaar is het ongetwijfeld één van de belangrijkste onderwerpen die wij in commissie en gemeenteraad op ons bordje krijgen.
Als het college serieus werk wil maken van een groei van onze stad naar 140.000 inwoners en 10.000 extra woningen wil realiseren (4000 in de periode 2018-2022) ligt er een gigantische uitdaging.

Afgelopen week was het VNG-congres in Maastricht. Hoewel het accent in de media lag bij een nogal harde grap van Tommy Wieringa over de gebeurtenis bij De Telegraaf (“Het werd tijd”) gebeurde er natuurlijk veel meer rondom dat congres waar 3000 lokale bestuurders samenkwamen.

Maastricht – in omvang nauwelijks groter dan Dordrecht – toont in mijn ogen visie, lef en ambitie. Daar kunnen wij van leren. Het onder de grond brengen van de doorgaande snelweg en de hoofdroutes tussen de verschillende wijken is een huzarenstukje. Als ons dat met het spoor lukt – zoals in Delft – biedt de Spoorzone ineens volop kansen. Het Maastrichtse project ‘Wonen boven winkels’ voorzag erin dat in het centrum veel woonruimte in de categorie ‘sociale huur’ werd gerealiseerd en het parkeerbeleid voor fietsen voorkomt verrommeling.

Deze week las ik dat Maastricht inwoners die tegels uit hun tuin halen en daar beplanting terugbrengen, worden beloond door de gemeente.

Ons huidige College, een voortzetting van wat we al vier jaar hadden, lijkt de creativiteit en visie te ontberen waarmee Maastricht zichzelf op de kaart zette.
De groeiambitie en de regiofunctie van onze stad vraagt om een lange termijnvisie van bestuurders die durven dromen en die erin slagen te bewijzen dat dromen geen bedrog zijn.

Gewoon Dordt kiest voor ambitie en bebouwing die echt iets toevoegt aan de stad. Zoals we ervoor kiezen projectontwikkelaars die willen bouwen in het hogere segment ook te verplichten een bijdrage te realiseren op het vlak van sociale huurwoningen. De Spoorzone leent zich ervoor na ‘dun en duur’ ook duur en compact te gaan bouwen. De discussie over hoogbouw tussen Spuiboulevard en Spoorzone moet gevoerd worden. De ambitie die Dordt koestert is prima. Nu de realisering daarvan. Het wordt tijd!

Dit blog is de volledige tekst van mijn stukje van 6 juli 2018 in Dordt Centraal

Duivels dilemma op duivelseiland

Op 22 mei jl. was in de Commissie Fysiek het ‘inspraakplein’ over het al dan niet plaatsen van één windmolen op Krabbegors. Het bedrijf HVC wil deze windmolen graag op haar eigen terrein, dat verder niet meer gebruikt wordt, plaatsen.

De energietransitie – daar geen misverstand over – is van groot belang. Het is evident dat we de komende decennia afscheid moeten nemen van fossiele energie. Het is echter zeer de vraag of de wijze waarop deze energietransitie wordt vormgegeven de juiste is. Zonnepanelen, windenergie, Tesla’s, elektrisch rijden; het lijkt erop dat het nu vooral speeltjes zijn van mensen in goede doen. Een bevoorrechte voorhoede die het milieu een warm hart toedraagt en die het goed regelt voor zichzelf. Een aantal van hen spreidt in het enthousiast preken voor de energietransitie een moralisme tentoon dat eerder afstoot dan uitnodigt aan te haken.

De overheid houdt zich afzijdig van de gehele transitie en door dat te doen zal er en situatie ontstaan waarbij de rekening van deze ingrijpende omwenteling straks op het bordje valt van de groeiende groep mensen met een smalle beurs. Natuurlijk kunnen we dapper stellen dat alle huizen ‘van het gas af moeten’. Dat er zonne- en windenergie nodig is, is helder. Maar past een solitaire windmolen op een verder nagenoeg onbruikbaar bedrijventerreintje van HVC in de veel bredere ambitie fossiele energiebronnen achter ons te laten?

De voor- en tegenstanders kwamen gisteren uitgebreid aan het woord in de commissie. Ze leken het zelfs over de feiten niet met elkaar eens te zijn. Verder verschilden zij van mening over de wenselijkheid van die ene windmolen en over de impact op de omgeving.

Het wordt in mijn ogen hoog tijd dat de landelijke overheid regie gaat voeren op de energietransitie. Zoals zij dat destijds deed toen aardgas haar intrede deed en zij actief beleid voerde de Nederlandse huishoudens op het gasnet aan te sluiten. Als de overheid haar rol pakt kunnen er rendabele grootschalige windmolen-parken in zee verrijzen, Kunnen we wellicht getijde-centrales bouwen en veel meer dan nu gebeurt, zonne-energie als collectieve voorziening mogelijk maken. Als de overheid haar rol neemt, kan zij serieus ‘meters maken’ met dit beleid. Dan is die solitaire HVC-windmolen in het ‘zeehavengebied van Dordt’ een overbodig symbool voor het nieuwe energietijdperk.

Wel 4 mei voor mij!

Ik hecht aan de traditie op 4 mei de doden te herdenken die vielen in de Tweede Wereldoorlog. Zoals ik ook op 5 mei graag vier dat wij in vrijheid leven in ons land. Ik ben nog nooit op de Waalsdorpervlakte geweest op 4 mei of op De Dam in Amsterdam. Ik bezoek de herdenking in mijn eigen woonplaats. De laatste jaren dus in Dordrecht op het Sumatraplein. Eigenlijk geen plein. Een weg, een kruispunt, maar nauwelijks een plein. Het ligt er bovendien, een paar dagen voor de Dodenherdenking nogal troosteloos bij. Op Social Media ontspint zich een, in mijn ogen smakeloze discussie over 4 mei. Mensen plaatsen foto’s van zichzelf met: “Geen 4 mei voor mij”. “Prima”, denk ik dan. Maar val anderen daar niet mee lastig. Of zoals iemand op Twitter zei: “Zij hebben 364 dagen, 23 uren en 58 minuten per jaar om zich uit te spreken”.

Dodenherdenking is in mijn ogen niet het podium voor welk protest dan ook. We herdenken de doden; mensen die gevallen zijn voor onze vrijheid. De herdenking is – voor iedereen die dat wenst – breder dan alleen die gevallenen. Gevallenen in iedere oorlog, in elk conflict. Mijn gedachten dwalen ook wel eens af naar de omgekomen Palestijnen in het conflict tussen de kindskinderen van de in de Tweede Wereldoorlog gruwelijk vervolgde Joden en de Arabische bevolking van Palestina. Maar ook gaan ze uit naar de onschuldige slachtoffers van terroristisch geweld in Israël of waar ook ter wereld. Mijn gedachten dwalen inderdaad ook wel eens af naar de door Nederlandse strijdkrachten vermoorde Indonesische vrijheidsstrijders in wat zo mild de “Politionele Acties” wordt genoemd.

Het meest denk ik echter toch aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en aan de vrijheid die Europa al decennia ervaart na de beëindiging daarvan. Het blijft jammer dat er talloze conflicthaarden in de wereld blijven bestaan. Ook jammer is het dat mensen elkaar steeds minder verstaan en dat iedere voorvechter van een deelbelang zoveel mogelijk aandacht zoekt door zijn of haar opvatting af te zetten tegen andere mensen met andere deelbelangen of onderwerpen. Er blijven bruggen nodig en geen muren.

Op 4 mei ben ik twee minuten stil.

 

Het decennium van de haat

Er is ophef ontstaan over een lijst van moskeeën die geld ontvangen of ontvingen van ‘onvrije Arabische oliestaten’, waaronder Saudi Arabië. U weet wel, het land waar onze koninklijke familie zich graag liet zien en waarmee we in economisch opzicht zulke dikke vriendjes zijn. Het ‘salafisme’ in ons land wordt op deze manier financieel ondersteund en kan zich steviger vestigen. Salafisten willen leven volgens de regels van de profeet, zoals die zo’n beetje vijftien eeuwen geleden waren. Het probleem daarbij is natuurlijk dat geen mens in de éénentwintigste eeuw die regels goed kan interpreteren of duiden. Laat staan dat iemand ze aan anderen kan opleggen. Lijfstraffen zijn – in welk heilige boek ze ook gepromoot worden – niet meer van deze tijd. Onverdraagzaamheid tegenover andersdenkenden moet altijd en overal worden bestreden.

Ik ben er ook nooit fan van geweest het Christendom te exporteren naar landen, waarin dat geloof niet ‘mainstream’ is. Net zomin als ik warm loop voor het exporteren van bijbels naar landen waar het Christendom in de verdrukking zit. Ook het verspreiden van Salafistisch gedachtegoed is mij een doorn in het oog.
In Dordrecht staat de Al Fath moskee, die dus ook geld ontving uit de Islamistische wereld. Dat gaat ongetwijfeld een schokgolfje veroorzaken, de nodige reuring en een sterk afkeurende reactie in de gemeenteraad. Terecht! Deze geldstroom is ongewenst.

De afschuw op social media is inmiddels al groot en blinkt niet uit in nuance. Het gaat over ‘haatpaleizen’ en ‘haatimams’. De angst voor een overheersing en een soort ‘heilige oorlog’ waarbij Europa wordt overspoeld door moslims is groot.
Europa, dat ooit haar welvaart opbouwde met kolonialisme en met het leegroven van overzeese gebiedsdelen, is nu bang zelf slachtoffer van een overheersing te worden. Met een overheerser met andere culturele waarden. Het overkwam Indonesië ooit. Onze cultuur was daar wezensvreemd. Inmiddels dreigt een actiegroep die aandacht vraagt voor de schaduwzijde van dit kolonialisme en van de ‘politionele acties’ de dodenherdenking op 4 mei te verstoren. Ook dat vind ik een verwerpelijk idee, maar meer Nederlandse zelfreflectie ten aanzien van deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis kan geen kwaad.

Het was Bas Heijne meen ik, die ooit zoiets zei als: “de waarheid dat is dat wat je graag wilt geloven”. De waarheid is een rekbaar begrip en wordt sterk beïnvloed door wat we wenselijk achten en graag voor waar houden. Het wordt bovendien sterk beïnvloed door de wijze waarop zaken in het nieuws komen. De journalistiek hier valt niet ten prooi aan censuur, maar is in haar berichtgeving toch minstens selectief.

Groepen mensen met elk hun eigen opvatting staan vaak lijnrecht tegenover elkaar en ze zijn niet of nauwelijks op zoek naar verbinding, Het lijkt erop dat wij in het ons afzetten tegen de andere opvatting de legitimering van ons eigen gelijk halen.
Er kan best zoiets als een ‘zuivere Goddelijke leer’ bestaan. Welke god dat ook is. Maar er bestaan zeker géén mensen of instituties die in staat zijn die leer uit te dragen of aan volgelingen op te leggen zonder haar uit eigen belang of lijfsbehoud ernstig te misvormen. Wat dan rest is dat ‘geloof’ zich achter de voordeur voltrekt en dat we ons in de publieke ruimte niet met geloofszaken bezig houden. Die publieke ruimte zullen we immers hoe dan ook met elkaar moeten delen en dat verdraagt zich niet met angst of met de uiterste consequentie daarvan: ‘haat’. Waar haat toe leidt, weten we inmiddels maar al te goed. Dat kunnen we leren uit het zich inmiddels zeventig jaar voortslepende Palestijns-Israëlische conflict. De slachtoffers van weleer, zijn inmiddels in menig opzicht dader.

Iedere vorm van extremisme en dogmatisme dient te worden veroordeeld en moet worden aangepakt. In iedere samenleving en in elk werelddeel. We staan wat dat betreft op een tweesprong. We glijden verder af in de verdere polarisatie en in de onderlinge haat en in het wantrouwen van elkaar totdat er echt een oorlog uitbreekt of we herpakken ons en weten een brug te slaan tussen de verschillende opvattingen en ideologieën, omdat we weten dat het leeuwendeel van de mensen gewoon in vrede (naast elkaar) wil leven en er gematigde opvattingen op na houdt.

“We gaan beginnen!”

“We gaan beginnen”. Jeroen Pauw schijnt het te roepen als hij zijn talkshow start. Wij kunnen het nu ook roepen. Onlangs twee dagen ‘op de hei’ geweest met alle Dordtse raads- en commissieleden en intern in Gewoon Dordt zijn de taken verdeeld. Gisteravond (16 april 2018) hadden we een ‘algemene leden vergadering’ en is iedereen bijgepraat over de periode tussen de verkiezingen en nu. Mijn persoonlijke blog-pagina zal van nu af aan iets meer over de lokale politiek gaan. Daarom heb ik ook de ‘header’ aangepast. Foto van mijzelf geplaatst, die gemaakt is door Wim van der Pol. Met de Damiatebrug op de achtergrond. Een stukje Dordt waar ik van houd.

Vandaag kwam de agenda binnen voor de eerste paar commissievergaderingen van de ‘Commissie Fysieke Leefomgeving’. Binnenkort komt de raadswerkgroep bijeen die zich met de ‘Omgevingswet’ gaat bezig houden. Mijn mailbox wordt steeds meer gevuld met emails vanuit de griffie. de gemeente of van organisaties die graag iets met raads- en commissieleden willen delen.

Voor mijn activiteiten voor Dordttalk betekent het dat ik nog wel bijeenkomsten met maatschappelijke thema’s blijf voorbereiden, maar dat ik geen al te zware politieke inhoud zal vormgeven. De diversiteit van het sprekers-aanbod en hun politieke kleur zal gevarieerd blijven. Daar lette ik sowieso al op. Mijn collega bestuursleden van Dordttalk, kees van Berchum en Marianne Gravendeel, zullen ook vaker de gastheer en gastvrouw zijn. Ik blijf wel graag programma’s over kunst en cultuur maken voor de lokale omroep. Op dit moment herhaalt RTV Dordrecht de twaalf afleveringen van ‘Art & Dordt’. De ambitie blijft om met Roland de Lange (Mootiv) en Marianne Gravendeel een mooi vervolg hierop te gaan maken.

Donderdagavond 19 april a.s. ben ik de gastpresentator van ‘Via Cultura’, live vanuit The Movies. Met een boeiende live-artiest, een aantal boeiende gasten en even zo boeiende onderwerpen. Het leuke is: u kunt daar gewoon live bij zijn! Kom naar The Movies. Koop een biertje of een glas wijn en beleef mee hoe live-radio vanuit The Movies wordt gemaakt.

Salonsocialisten

Het afgelopen (Paas)weekend stond er een lezenswaardig artikel van Femke Halsema in Dagblad Trouw. Halsema, ooit de reden dat ik mij aansloot bij GroenLinks. Eén van haar statements luidde dat rechts er met de linkse waarden vandoor is gegaan. Een stelling die in mijn ogen geen hout snijdt. Als er al iets gebeurde de afgelopen decennia is het dat links die waarden zelf losliet. Die tendens zette zich al in ten tijde van premier Kok. Het leidde ertoe dat Pim Fortuyn de aanval opende op de ‘puinhopen van Paars’. Zijn moordenaar bewees onze samenleving geen dienst. Het ware beter geweest als ‘Jan met de pet’ zelf had kunnen zien dat premier Fortuyn de waarheid niet in pacht had en evenmin de oplossingen voor de grote problemen kende. De moord op Fortuyn creëerde ruimte voor populisten van minder allooi, waaronder Wilders en Baudet.

In mijn woonplaats, waar de PvdA jarenlang de grootste partij was, heeft de sociaal democratie nog maar twee zetels. Het linkse smaldeel in de gemeenteraad (SP, GroenLinks, PvdA) heeft acht zetels. Evenveel als de grootste lokale partij. Die overigens bij de verkiezingen van 21 maart zes zetels inleverde. Het probleem is, dat ‘links’ elitair oogt. Salonsocialisten, wereldverbeteraars. Niet degenen die naast de boze arbeider op de barricaden staat. Al geldt voor SP-ers nog wel dat zij dat activistische in zich hebben.

‘Links’ is de aansluiting kwijtgeraakt met een groot deel van de bevolking. In een samenleving die gevormd is door mensen verliefd op macht en mensen verblind door hebzucht, zijn teveel mensen de aansluiting met de veeleisende samenleving vol vervreemdend werk volledig kwijtgeraakt. De politieke elite – links en rechts – is van die groeiende groep ontevredenen losgezongen geraakt.

Wat ‘links’ – ik heb een ongelooflijke hekel aan die kunstmatige tegenstelling tussen ‘links en ‘rechts’ die nog altijd het politieke speelveld domineert – al decennia heeft nagelaten, is een antwoord formuleren op het rapport “Grenzen aan de groei” dat door de Club van Rome in 1972 werd uitgebracht. Linkse partijen hadden de economie moeten herdefiniëren. Zij hadden ons allen voor moeten gaan in de omschakeling van een economie van kwantitatieve groei naar een economie, waarin de kwalitatieve groei leidend is. Zij hadden het accent weer moeten weten te verschuiven van ‘vermogen’ naar arbeid’; hadden inspiratie moeten putten uit de lessen van Thomas Piketty of Paul Verhaeghe. Klaver haalde Piketty als een popster naar Den Haag, schreef het boekje ‘Economisme’, maar echtte oplossingen ontstonden er (nog) niet. De vernietigende symbiose tussen ‘macht’ (politiek) en ‘hebzucht’ (grote bedrijven) is nog altijd leidend en via hen tiert het neo-liberalisme welig.

De grote verandering kwam er niet en een groot deel van onze samenleving, het arbeidspotentieel, de mensen die met ploeteren en sjacheren hun leven op orde proberen te houden, raakten meer en meer ontevreden. Zij verloren het vertrouwen in de politiek en werden ‘niet-stemmers’ of ‘proteststemmers’. Al die mensen hangt een nieuwe (economische) ramp boven het hoofd als de rekening van de energietransitie op hun bordje terecht komt. De milieubewuste elite heeft het voor zichzelf al goed geregeld. Wie voldoende bezit kan gemakkelijk investeren in wind- en/of zonne-energie. Dit kabinet kan, veel later dan wenselijk was, zeggen dat we geen gas meer zullen oppompen in Groningen; de ministers – de premier incluis – hebben geen notie van de consequentie daarvan en over de wijze waarop de rekening van dit besluit zal neerdwarrelen.

In mijn jeugd lachten we besmuikt om de voormannen van de sociaal-democratie, het waren ‘salonsocialisten’. Mensen die het zelf goed hadden en die hun sociale hart lieten spreken. Het is niet het soort zorgzaamheid waar deze tijd om vraagt. De verbinding tussen de losgezongen elite en de laag van de ontevredenen zal op een andere manier vorm moeten krijgen. Niet door populisten die in hun midden gaan staan ‘roeptoeteren’, maar evenmin een oplossing aandragen, maar door politici die niet via marketingbureaus de electorale leemtes opzoeken, maar die met lef en visie een koers durven uitzetten.

Fractie ‘Gewoon Dordt’

We hebben het toch maar maar mooi gefikst. Eén raadszetel voor Gewoon Dordt en daarmee doen wij de komende vier jaren mee in de lokale politieke arena. Irene Koene in de raad en ter ondersteuning twee commissieleden. Ook wel ‘burgerraadsleden’ genoemd. Al heb ik gewoon een hekel aan dat woord ‘burger’. Irene Koene krijgt dus ondersteuning van Marianne Hezemans en van mijzelf. Met zijn drieën vormen wij de fractie.

Maar aan alleen een fractie heeft een politieke partij weinig. Wij zullen met de dertien mensen waarmee wij amper drie maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen ‘lijst dertien’ uit de grond hebben gestampt knoerthard moeten werken om van ‘Gewoon Dordt’ een stevige politieke partij te maken. Natuurlijk moeten wij politiek ons uiterste best doen, maar belangrijker nog is dat de inwoners van Dordrecht ons geluid gaan herkennen en waarderen. Volop werk aan de winkel dus. Mooie klus ook! Wij gaan er met z’n allen iets moois van maken.

Twijfel is essentieel

Ik sprak vanochtend een jonge, zelfbewuste vrouw die mij vertelde dat het bij haar thuis gebruik was de stempassen te verscheuren. Aan stemmen deden ze niet. Ze hadden geen verstand van politiek en ook niet de behoefte zich er al teveel in te verdiepen. Wat ze ervan zag in de media was vooral dat politici elkaar vliegen afvangen, ruzie maken, elkaars standpunten belachelijk maken en vooral hun eigen partij graag ophemelen. Dat zouden politici zich moeten aantrekken.
Politiek is inderdaad steeds vaker marketing geworden. Waar zitten de electorale ruimtes. Wie moeten we benaderen en met welke boodschap. Ik vergelijk het spottend wel eens met wasmiddelen-reclames. Het maakt de meeste mensen niet uit welk wasmiddel ze bij hun vuile wasgoed doen en het maakt hen ook steeds minder uit welke politieke partijen ze ‘in hun stadhuis stoppen’.

Partijpolitiek bevindt zich in een cruciale fase. Campagnes zijn het moment om vooral het eigen gelijk van de daken te schreeuwen. Om andere partijen de maat te nemen en waar mogelijk zo negatief mogelijk weg te zetten. Alle partijen zijn druk in de weer om ‘hun onderwerpen’ te claimen en duidelijk te maken dat je met hun oplossing het schoonst wast. Ze grossieren in zekerheden en stelligheid.

Toch is in denkprocessen en in het zoeken en vinden van oplossingen ‘de twijfel’ het krachtigste instrument dat er bestaat. Wie de twijfel durft toe te laten, komt waarschijnlijk sneller bij de best denkbare oplossing.
Nieuwsgierigheid en twijfel stellen mensen in staat vraagstukken goed te bekijken en te doorgronden. De zoektocht naar een oplossing is boeiender dan het pasklare antwoord. De handreiking naar anderen is mooier dan de ‘eenzaamheid van het eigen gelijk’.
Politiek is misschien gewoon teveel een spel van mooie woorden en loze beloften geworden. Waar het om gaat is dat het contact met de afgehaakte kiezers opnieuw tot stand gebracht wordt. Hoe? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat het een gezamenlijke inspanning vraagt van alle politieke partijen. En dat het erom gaat niet de verschillen uit te vergroten, maar de overeenkomsten te ontdekken. Nog twee weken tot aan de gemeenteraadsverkiezingen.

Nieuwe bezems

De campagne begint aardig op stoom te komen. In de enige peiling die ik in Dordrecht ken, staat ‘Gewoon Dordt’ stabiel op één zetel. Dat is gewoon te weinig. Werk aan de winkel dus, want het gezegde luidt immers: “nieuwe bezems vegen schoon”.
Met Gewoon Dordt kiezen wij voor een nieuwe politiek en voor een andere benadering van politieke vraagstukken. Het is niet zo belangrijk overal op voorhand een mening over te hebben en om een verkiezingsprogramma van veertig kantjes vol te schrijven.

Wat Irene Koene, mijzelf en de elf andere kandidaten – waarmee wij dertien prima kandidaten op lijst 13 hebben staan – beweegt, is dat wij ‘de menselijke maat’ centraal stellen. Dat wij in ieder vraagstuk willen afwegen: Waarom doen wij dit? Wat is het effect hiervan op de mensen die erdoor geraakt worden? Is dat wat we gaan besluiten redelijk, billijk en eerlijk? Onze insteek daarbij is niet dogmatisch, niet traditioneel of links of rechts. Wij zijn vooral realistisch en eerlijk op zoek naar de beste resultaten en besluiten om deze stad verder te helpen. We willen de politiek opschudden en af-en-toe een beetje op z’n kop zetten.

Als nieuwe partij is het lastig “aan de weg te timmeren”. Het campagnebudget is beperkt. We staan niet wekelijks paginagroot in ‘Dordt Centraal’, zoals ‘Beter Voor Dordt’. We hebben niet het voordeel van een bekende lettercombinatie als de ‘PVV’, een stemmenmagneet. Al heeft de PVV nauwelijks een eigen programma en kandidaten die in mijn ogen nog niet eerder hebben geprobeerd situaties te veranderen in Dordrecht.

Ik denk dat wij met ‘Gewoon Dordt’ wel een goede club mensen op de been brengen met een schat aan ervaring. Ondernemers, mensen die in het sociaal domein hun sporen hebben verdiend of die in verschillende taken en rollen bijdragen aan een socialer en leefbaarder Dordrecht. Schoon, heel, veilig en gezellig. Wij willen dat graag met alle inwoners samen vormgeven. Wij vinden het belangrijk dat mensen meer invloed krijgen op hun eigen leefomgeving en zich daar ook verantwoordelijk voor voelen.

‘Gewoon Dordt’ is een stevige nieuwe lokale partij. Op de website www.gewoondordt.nl leest u meer over ons. Ik wil dolgraag de gemeenteraad in. Om met de uitdagingen waar wij, alle inwoners samen, voor staan aan de slag te gaan. Ik kan daarbij alleen maar beloven dat ik mijn stinkende best ga doen. Wie mij een beetje kent, weet dat je mij daarop kan vertrouwen.

Inspraak en invloed

Op de dag dat de vier coalitiepartijen een streep door het raadgevend referendum zetten en Hans van Mierlo zich omdraait in zijn graf uit schaamte voor de opstelling van zijn ‘politieke kindje’ D66 werd ik op twitter opnieuw geattaqueerd door de Dordtse Partij.

Hoewel Eric Meijer mij onlangs nog vroeg ‘de strijdbijl’ te begraven, meldde het twitteraccount @078dordtse: “in Dordrecht zijn sommige kandidaat gemeenteraadsleden lid van @ppnl_dordt maar zijn vergeten wat de uitgangspunten van hun moederpartij inzake auteursrecht etc. @gewoondordt @gkleinpaste”. Een tamelijk kromme zin overigens. Ze kregen bijval van Mario popma van de ‘blanco lijst’ die mij kennelijk verwijt dat ik met mijn opstelling tegen ‘open source’ zou zijn.

Ik herhaal nog maar eens, dat ik het niet erg vind als mensen elkaars ideeën omarmen en gaan gebruiken. Dat Ton de Pan op Facebook zet dat de Dordtse Partij voor politieke vernieuwing is, juich ik toe. Ik denk dat dit onderwerp bij mij in betere handen is, maar daarover kunnen en mogen wij van mening verschillen. Mijn bezwaar tegen het feit dat Alfred Meijer mijn tekst letterlijk had overgeschreven – hij heeft dat inmiddels erkend in een artikel in AD de Dordtenaar – ligt niet in de schending van auteursrecht of in het plegen van plagiaat. Wat mij steekt is dat daar waar twee politici in spé van twee nieuwe politieke partijen aan dezelfde verkiezingen deelnemen het niet zo kan zijn dat één van hen het gedachtengoed en de letterlijke tekst van de ander jat en op zijn eigen website gaat gebruiken. Dat heeft niets met auteursrecht of al dan niet voor ‘open source’ zijn te maken. Dat gaat feitelijk alleen maar over fatsoen.

De actie van Alfred Meijer was alles behalve fatsoenlijk. Mede oprichter van de Dordtse Partij, Donnie Greve, begreep dat onmiddellijk. Voor haar blijf ik de afloop van deze ‘affaire’ triest en onterecht vinden. Ik had gehoopt dat ik het hier niet meer over hoefde te hebben. Helaas rakelt de Dordtse Partij het weer op met opnieuw een onterecht verwijt aan mijn adres. Ik rollebol niet over straat. Ik zoek geen ruzie. Maar ik laat over me lopen en ik laat het niet over mijn kant gaan dat anderen er letterlijk met mijn teksten vandoor gaan.

De verkiezingen naderen. U kunt op mij stemmen, nummer 2 van lijst 13. Als u een stem wilt uitbrengen op politiek bestuurlijke vernieuwing, meer invloed en inspraak voor inwoners en voor een eerlijke en oprechte politiek. Daar staat onze gehele lijst onder aanvoering van Irene Koene voor.